Toscane doet iets gemeens: het landschap ziet er precies zo uit als op de ansichtkaart. Glooiende heuvels, rijen cipressen en dorpen die boven op een heuvel lijken te zijn neergezet door iemand met een uitstekend gevoel voor compositie.
We bezochten drie bekende plaatsen, maar ze voelden geen moment als drie variaties op hetzelfde thema. San Gimignano was compact en middeleeuws, Florence groots en bijna overweldigend, Siena warm en ontspannen. We wandelden veel, keken nog meer en probeerden de steden vooral niet af te werken als een boodschappenlijstje.
Dat werkte. Al ontdekten we ook dat Toscaanse schoonheid zelden alleen voor jou poseert. Zeker midden op de dag staan er geregeld een paar honderd andere bewonderaars in beeld.
Middeleeuws en compact
San Gimignano:
torens met een hoofdrol
San Gimignano zie je al voordat je er bent. De stenen torens steken boven het landschap uit en geven de plaats een skyline die je eerder bij een moderne stad verwacht. Alleen dan zonder glas, hoogbouwplannen en koffieketens op elke hoek.
We begonnen met dwalen door de smalle straten rond Piazza della Cisterna en Piazza del Duomo. Dat is hier eigenlijk het beste plan: geen strak schema, maar af en toe een steeg inslaan omdat het licht daar mooi valt. Vanaf de hogere delen van de stad keken we uit over de heuvels rondom San Gimignano. Dat uitzicht was misschien nog indrukwekkender dan de torens zelf.
De stad is klein genoeg om rustig te ontdekken en groot genoeg om steeds weer een nieuw doorkijkje te vinden. Vooral vroeg of later op de dag voelt het decor bijna filmisch.
Rond lunchtijd wordt het centrum druk en voelen sommige straten wel erg op toeristen ingericht. Wie stilte zoekt, moet de hoofdroute gewoon een paar bochten eerder verlaten.
“In Toscane is verkeerd rijden geen ramp. Het is meestal gewoon een omweg met beter uitzicht.”
Groots, druk en indrukwekkend
Florence:
bijna te veel voor één dag
Florence voelde direct anders. Hier kijk je niet alleen naar een mooie stad; hier loop je door een geschiedenisboek waarvan iemand de bladzijdes heeft vervangen door paleizen, beelden en kerken.
We wandelden richting de Duomo en zagen de koepel steeds tussen de straten opduiken. Van dichtbij is de kathedraal bijna absurd gedetailleerd. Daarna liepen we verder door het historische centrum en over de Ponte Vecchio. Niet origineel, wel verplicht mooi. Tussendoor zochten we een terras en deden we iets waar Florence zich uitstekend voor leent: mensen kijken.
Een winkel die je wat ons betreft niet mag overslaan, is Nino & Friends. Het is niet de goedkoopste plek om chocolade, truffelproducten en andere Italiaanse lekkernijen in te slaan, maar de producten zijn waanzinnig lekker. Bovendien kun je er uitgebreid proeven. Gevaarlijk voor je planning én je portemonnee, maar absoluut een aanrader.
Ook de overdekte Mercato Centrale is zeker een bezoek waard. Onder het historische dak vind je allerlei kramen en eetplekken met Toscaanse producten. Het is een fijne plek om rond te kijken, iets te proeven en meteen te lunchen — al helpt naar binnen gaan met trek niet bepaald bij het nemen van verstandige beslissingen.
De hoeveelheid kunst en architectuur is ongekend. Zelfs zonder museumkaartje kom je ogen tekort. De stad heeft bovendien energie; op bijna elk plein gebeurt wel iets.
De rijen, de drukte en het verkeer halen soms de rust uit de ervaring. Eén dag bleek vooral genoeg om zeker te weten dat we nog eens terug willen.
Groots, rijk aan details en net iets te veel om in één bezoek te vangen.
Foto Casey Lovegrove / UnsplashWarm, levendig en verrassend relaxed
Siena:
de stad waar we bleven hangen
Siena is niet leeg en zeker niet onbekend, maar voelde toch rustiger dan Florence. Misschien komt het door de warme baksteenkleuren, misschien door de kronkelende straten die je vanzelf afremmen. Of misschien gewoon doordat we inmiddels het Toscaanse tempo te pakken hadden.
We liepen naar Piazza del Campo, het schelpvormige plein waar de stad als vanzelf samenkomt. In plaats van meteen door te lopen, bleven we er zitten. Daarna trokken we de straatjes rondom het plein in, met de Torre del Mangia steeds als handig herkenningspunt boven de daken.
Piazza del Campo is indrukwekkend zonder afstandelijk te voelen. Siena nodigt meer uit om ergens neer te ploffen en de stad voorbij te laten komen.
De hoogteverschillen zijn sfeervol tot je ze voor de vierde keer omhoog loopt. Ook hier vraagt parkeren buiten het centrum wat voorbereiding. Je kuiten krijgen er gratis een citytrip bij.
Checkedout conclusie
Drie steden,
geen duidelijke winnaar.
San Gimignano was het meest fotogeniek, Florence het indrukwekkendst en Siena de plek waar we het liefst nog wat langer waren gebleven. Toscane voldeed dus ruimschoots aan het cliché—en dat bedoelen we als compliment.
Wat we een volgende keer anders doen? Minder plannen op één dag, eerder vertrekken en meer tijd laten voor de route ertussenin. Want juist daar, tussen de heuvels en cipressen, zat soms het mooiste stuk van de reis.
- Sfeer
- 9,2
- Bezienswaardigheden
- 9,1
- Rust
- 6,8
- Terugkomdrang
- 9,5
Over de beelden
De foto’s in dit voorbeeldartikel komen van fotografen op Unsplash en zijn gebruikt onder de Unsplash License. Bij ieder beeld staat de maker vermeld.